Stille week en Pasen

Toelichting bij de diensten van Stille week en Pasen
(voor tijden van vieringen zie op deze website: kerkgemeente – kerkdiensten)

Deze periode in het kerkelijk jaar wordt gedomineerd door het grote feest van Pasen: we vieren rond het lege graf Christus’ overwinning op de dood. Maar zijn weg daarheen was een weg van verraad, van verloochening, van weglopen, een lijdensweg. In alle verhalen van Passie en Pasen die in deze weken weer zullen klinken valt op dat er over Jezus zelf relatief weinig verteld wordt. Hij is meestal het zwijgende middelpunt.

De grootste aandacht is er voor alle soorten reacties van de mensen rondom hem. Alsof wij, lezers en hoorders, worden uitgedaagd ons aan hen te spiegelen: hoe reageren wij hier op Hem?

Palmzondag
Op Palmzondag beginnen we de dienst in de Pandhof en gaan we in processie met de verse palmtakjes de kerk binnen: zo geven we lijfelijk
én feestelijk vorm aan ons volgen van Jezus. De palmtakjes nemen we mee naar huis om ze een jaar lang te bewaren (achter een kruis, kruisbeeld of schilderij/icoon) om ze volgend jaar weer mee te nemen op Aswoensdag. Daar zullen ze dan tot as worden verbrand, waarmee we onze sterfelijkheid ons op het lijf laten schrijven.
Naar goede gewoonte vangt de Stille Week op Palmzondag aan met de lezing van het verhaal van de Passie, in dit Lucasjaar uiteraard volgens het verhaal van deze evangelist.

De drie dagen van Pasen
De diensten van Witte Donderdag tot en met
de Paasmorgen vormen in feite één doorlopend geheel. De donderdag, vrijdag en zaterdag gaan letterlijk stilzwijgend in elkaar over. Ze kennen niet de gebruikelijke opening en afsluiting van intochtspsalm en zegen. Het hoeft geen betoog dat het altijd weer het indrukwekkendst is, wanneer het lukt om dit hele blok mee te maken en het complete verhaal van lijden, dood en opstanding op de voet te volgen.

Ik nodig u daartoe graag van harte uit!
De viering van de Maaltijd, waarvan we op de Witte Donderdag de oorsprong gedenken en vieren, geschiedt dit maal in de kringvorm.

De dienst op de Goede Vrijdag kent vier onder- delen: het gezongen lijdensverhaal, vanouds op deze dag in de versie van de evangelist Johannes en ook ditmaal in de toonzetting van Christoph Demantius (1567-1643), de uitvoerige Goede Vrijdaggebeden, de Kruismeditatie, waarbij wij een kring rond het kruis vormen, en het Beklag Gods. Tijdens het zingen hiervan kan ieder die dat wil een bloem leggen bij de voet van het kruis, als kruishulde, of er een kaars aansteken.

Op de morgen van de Stille Zaterdag, in het ochtendgebed, bezinnen we ons op wat de geloofs- belijdenis zegt met de woorden ‘nedergedaald
ter helle’.
Op de avond van diezelfde dag komen we op- nieuw bijeen in de Pandhof, waar het paasvuur ontstoken wordt en de nieuwe Paaskaars als symbool van de opgestane Heer de kerk wordt binnengedragen. Zijn licht vermenigvuldigt zich onder ons en wij worden kinderen van het Licht. Deze Paaswake heet niet voor niets wel de moeder aller kerkdiensten en is het hoogtepunt van het kerkelijk jaar. Een ‘golfslag’ van lezingen getuigt ervan hoe God de geschiedenis door trouw blijft en steeds weer de toekomst opent. De schepping, Noach en de zijnen, Israël, gered uit het water en aan het licht gebracht. Verhalen die we in de doop ons op het lijf laten schrijven! Ook deze nacht weer: rondom het doopvont verzamelen we ons, indachtig allen die ons zijn voorgegaan – hun namen klinken in de Litanie met alle heiligen –
en gedenken we onze eigen doop. De doop zal worden bediend aan David Mooij, en Carmen de Jong zal haar doop beamen. Gezamenlijk zullen zij hun geloof belijden. Als het Paasevangelie heeft geklonken, vieren we tenslotte de Maaltijd als een waarachtig Paasmaal.

Wanneer we op de Paasmorgen weer bij elkaar komen, verzamelen we ons met vreugde, verwondering en vragen rond het bericht van het lege graf. Hoeveel moed zal ons gegeven worden om onze hoop te blijven vestigen op deze Eersteling van de nieuwe schepping, terwijl de toekomst van onze aarde ons benauwt?
Ds. Sytze de Vries