Bevrijding uit Egypte
Mozes riep zijn volk op om snel uit Egypte weg te gaan. De mensen moesten haasten. Er was geen tijd meer om brood te laten rijzen.
Joden eten tijdens de zeven dagen durende Pesach geen gewoon brood maar Matzes. Een Matze is een brood zonder gist. En als er geen gist in brood is, kan het niet rijzen. De broden zijn daardoor plat. Ze smaken als crackers.
Als wij het paasfeest vieren, eten wij ook wel Matzes.
De Matzes zorgen dat we terugdenken aan de tijd dat de Israëlieten zware slavenarbeid moesten verrichten in Egypte. Er was bijna geen tijd om goed brood te bakken.
De Matzes wijzen ons ook op bescheidenheid en eenvoud.
Hieronder vind je een recept om zelf matzes te maken.
Matze, het ongezuurde brood
Ingrediënten
* 200 ml water
* 500 g volkoren tarwemeel
of:
* 250 g volkoren tarwemeel en 250 g gerstemeel
Voorbereiding
Verwarm de oven voor tot 250 graden.
Bereidingswijze
Roer het meel en het water goed door elkaar met een houten lepel. Bestuif de bovenkant van dit mengsel met een klein beetje meel. Wrijf de handen in met meel en kneed het deeg 3 minuten lichtjes. Verdeel het vervolgens in 6-8 ballen. (Voor kleinere matzes kun je kleinere deegballen maken).
Vet een bakplaat in.
Druk de deegballen met de hand of met een deegroller uit tot een platte schijf met een diameter van ongeveer 13 cm. Prik er met een vork gaatjes in om te voorkomen dat het deeg gaat bollen. Bak de matzes 10 minuten in de voorverwarmde oven.
Haal de matzes uit de oven en dien ze meteen op als ze zacht moeten blijven. Anders de oven uitdraaien en de matzes erin laten liggen tot de oven geheel afgekoeld is. De matzes zijn nu knapperig en kunnen in luchtdichte trommels heel lang bewaard blijven. |