|
|
DE VERLOREN ZOON
Laat één uw leidsman wezen op
het smalle pad, zong moeder altijd, maar
hoe gaat dat als je jong bent? Groots,
meeslepend wil je leven, God, gebod
trotserend. Je verruilde ’t dorp
voor grote stad en echt, je deed je best:
een kleintje pils, het bidden voor het eten
vergeten, en zowaar ook af en toe
een trut. Nou nou. Nu is hij weer op weg
naar ’t vaderhuis, - onlesbaar heimwee naar
moeders indringend zingen drijft hem voort.
Anton Korteweg
uit:Tussen twee stilten, A’dam 1982
|